15/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Stoffen · Tagged 2a, 2a4, amsterdam, bekerglas, bijlmer, boter, brok, driepoot, geel, grondplaat, halvarine, iris, margarine, nask, natuurkunde, nederland, ns, olie, osb, proef, reageerbuis, roomboter, scheiden, scheikunde, smelten, smit, teclubrander, vloeistof, vuur, water
Vandaag gaan we een proef uitvoeren met vetten, we krijgen twee reageerbuisje met een soort geelachtige brok erin.
We willen dit laten smelten om te kijken wat eruit komt. Hiervoor nemen we een grondplaat, driepoot, teclubrander, een gaasje, een bekerglas en de reageerbuisjes.
We steken de teclubrander aan en zetten daar op het bekerglas gevuld met water en daarin in reageerbuisje 1.
Eerst gebeurd er weinig maar na dat het water een beetje is opgewarmd begint het gele spul te smelten. Het wordt helemaal vloeibaar. Nog een tijdje later is het een echte vloeistof geworden en begint het zicht te scheiden.
Een geelachtige vloeistof komt boven te liggen en een witte vloeistof onderop. Waarom dit is en waarom het zich zo goed scheid weten we nog niet..
Zo gauw het water begint te koken halen we de teclubrander onder het bekerglas vandaan.

Dan doen we ook reageerbuisje 2 in het bekerglas, het water blijkt nog warm genoeg om meteen de gele brok te doen smelten. Deze blijft alleen veel langer geel, dus wachten we een tijdje. Maar na een paar minuten is er alleen een klein beetje wit aan de onderkant verschenen maar niet zoveel als bij de eerste.
Dan krijgen we te horen van onze docent dat één reageerbuisje Halvarine is en de andere Roomboter. Wij moeten bepalen wat, wat is.
Dat is eigenlijk al snel duidelijk het gele moet dus de boter zijn en het witte iets anders. Water horen we van de docent. Oké, het witte is dus water en het gele boter. Dan moet reageerbuisje 1 wel Halvarine zijn want daar zit het minste boter in, en reageerbuisje 2 moet dan Roomboter zijn.

Als je Halvarine koopt koop je dus eigenlijk een halve bak boter en een halve bak water. Dit is natuurlijk minder vet maar ook veel goedkoper om te maken.
En roomboter is bijna puur boter.
Ik vond het wel interessant om te weten want in alle reclames hoor je dat Halvarine veel gezonder voor je is omdat er minder vet in zit. Maar wat ik niet wist was dat er ook minder boter in zit en meer water..
Iris.
15/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Stoffen · Tagged 2a4, alcohol, amsterdam, bernard, bijlmer, iris, jodium, koffie, nask, natuurkunde, nederland, ns, oploskoffie, osb, reageerbuis, reageerbuisrekje, scheikunde, smit, spatel, spuitfles, Stoffen, suiker, trechter, water
Vandaag gaan we bepalen wat het verschil is tussen een stof die wek oplost en een stof niet oplost..
Wat heb je nodig?
reageerbuizen in rekje
suiker, jodium, oploskoffie
spuitfles water
alcohol
reageerbuisborstel
Wat gaan we doen?
-We zetten de reageerbuisjes in het reageerbuisrekje.
-We vullen er twee met suiker, nummer 1 en nummer 4, we vullen er 2 met jodium, nummer 2 en nummer 5 en als laatste vullen we er 2 met oploskoffie die doen we in nummer 3 en nummer 6.
-Dan gaan we in de eerste drie reageerbuisjes water spuiten met de spuitfles en het reageerbuisje goed kwispelen.
- In de laatste 3 reageerbuisje doen we alcohol en ook dat gaan we goed kwispelen.
- En dan maar kijken wat er gebeurd..
Wat hebben we gezien?
- In nummer 1 lost de suiker in z’n geheel op in het water.
- In nummer 2 lost het jodium niet op het blijft gewoon op de bodem liggen. Het water verkleurd wel een beetje maar verder lost er dus niks op.
- In nummer 3 lost de oploskoffie zoals ook moet met oploskoffie op in water. Het water in het reageerbuisje wordt helemaal bruin.
- In nummer 4 gebeurd er niks, de suiker lost niet op in de alcohol.
- In nummer 5 lost het jodium op in de alcohol, het water wordt helemaal bruin en is erg geconcentreerd. Na een tijdje zakt het naar de bodem.
- In nummer 6 lost de koffie niet op in de alcohol en zakt naar beneden.

Om het nog even duidelijk te maken zet ik het in een tabel;
| |
Opgelost in water
|
Opgelost in alcohol
|
|
Suiker
|
Lost op.
|
Bezinkt naar de bodem.
|
|
Jodium
|
Bezinkt naar de bodem.
|
Lost op en zakt later naar de bodem.
|
|
Oploskoffie
|
Lost op.
|
Bezinkt naar de bodem.
|
|
Naam van de oplossing
|
Opgeloste stof
|
Oplosmiddel
|
|
Suikerwater
|
Suiker.
|
Water.
|
|
Koffie
|
Oploskoffie.
|
Water.
|
|
Jodiumtinctuur
|
Jodium.
|
Alcohol.
|
Wat hebben we geleerd?
-Dat oplossen betekent dat de stof wordt opgelost en dat er dus niks van overblijft (behalve eventueel de kleur).
-Soms hebben de oplossingen een eigen naam zoals suikerwater, de opgeloste stof is dan suiker en het oplosmiddel is water.
-Als een stof naar beneden zakt heet het een bezinksel.
Iris.
Als een stof naar beneden zakt zoals de jodium in water, en de jodium en oploskoffie in alcohol heet het een bezinksel.
Als iets oplost in een vloeistof kan het soms een andere naam krijgen. Voor de duidelijkheid heb ik dit ook nog even in een tabel gezet.
14/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Stoffen · Tagged 2a4, aceton, aquarium, calcium, docent, driepoot, filtreerpapier, gevaarlijk, gevaarlijkestoffen, glycerol, iris, kaliumpermanganaat, leraar, natrium, natuurkunde, osb, piepschuim, pipet, proef, proefjes, reageerbuis, schaaltje, scheikunde, smit, spons, water, zwavelzuur
Vandaag gaan we proeven doen met gevaarlijke stoffen. Wat voor stoffen dat zijn en wat voor werking ze hebben kan je te weten komen als je verder leest..
Proefje 1.
Wat hebben we nodig?
Een bekerglas met daarin piepschuim.
Een pipet om de aceton in te doen.
Wat is de agressieve stof?
Aceton.

Waar gebruik je dat normaal voor?
Om nagellak van je nagels af te halen?
Wat was de proef?
Met het pipet namen we wat aceton op en lieten dat vallen in het bekerglas met piepschuim. Zo gauw als dat er in viel krompen de piepschuim stukjes ook. Ze werden dus heel klein maar verder gebeurde er niks.
Proefje 2.
Wat hebben we nodig?
Een pipet om de glycerol en kaliumpermanganaat op te nemen.
Een spons om de proef mee uit te voeren.
Een onderzetter zodat de tafel niet beschadigt.
Wat is de agressieve stof?
Zwavelzuur.

Waar gebruik je dat normaal voor?
Het wordt gebruikt voor verschillende dingen zoals drogen, ontstoppen of in accu’s voor auto’s.
Wat was de proef?
De spons vullen we eerst met een beetje water. Met het pipet laten we dan een druppeltje glycerol en kaliumpermanganaat op de spons vallen. Die wordt eigenlijk meteen al verschroeid. De helft van de spons is weg.. slechts door één druppeltje.
Gevaarlijk spul dus!

Proefje 3.
Wat hebben we nodig?
Een reageerbuis.
Water.
Wat is de agressieve stof?
Calcium.

Waar gebruik je dat normaal voor?
Calcium zit in je lichaam en is goed voor de aanmaak en versteviging van botten. Calcium zit bijvoorbeeld in melk en andere zuivelproducten.
Ook wordt het gebruikt bij metalen als uranium, zirkonium en thorium. Soms wordt het ook als grondstof voor cement gebruikt.
Wat was de proef?
In het reageerbuisje stopte we een beetje calcium en goten er daarna water bij. Het calcium dreef naar boven, daarna begon er rook uit het reageerbuisje te komen. En vervolgens werd het water helemaal wit.

Proefje 4.
Wat hebben we nodig?
Een driepoot.
Een schaaltje.
Wat is de agressieve stof?
Kaliumpermanganaat brokjes en Glycerol.
Waar gebruik je dat normaal voor?
Kaliumpermanganaat werd vroeger gebruikt als ontsmetting middel of voorbehoedsmiddel. En nu wordt het nog gebruikt door schilders als een donker bruine verf.

En Glycerol wordt gebruikt voor dingen als tandpasta, zeep, shampoo, mondwater, bellenblaas vloeistof en het wordt als antivries spul gebruikt.

Wat was de proef?
We gingen voor dit proefje naar buiten omdat anders misschien het brandalarm af kon gaan. We zetten de driepoot neer met daar op het schaaltje. Op het schaaltje legden we vervolgens brokjes kaliumpermanganaat. Daar maakte we een kuiltje in en goten er een beetje glycerol bij. We gingen op een afstandje zitten. En als snel ontstond er een vlam en begon het te roken. Na ongeveer een halve minuut was dat voorbij en was er niks meer over.

Proefje 5.
Wat hebben we nodig?
Een aquarium.
Water.
Een filtreerpapiertje.
Wat is de agressieve stof?
Natrium

Waar gebruik je dat normaal voor?
Voor allemaal verschillende dingen zoals het zuiveren van gesmolten metaal.
Wat was de proef?
We vulde het aquarium met water en legde daarin het filtreerpapiertje. Daarop legde we een stukje natrium. Dat begon meteen rondjes te draaien op het filtreerpapiertje en werd helemaal rond, terwijl het eerst plat was. Na een paar seconde ging het nog steller over het filtreerpapiertje rollen en begon het te roken. En nog een paar seconde later stond het balletje in de fik en was hij weg.
Het natrium deed dit omdat het niet tegen water kan. En als je een balletje bent heb je de minste oppervlakte dus raak je het water minder. En hoe meer je beweegt hoe minder water je aanraakt.
In deze les moesten we vooral observeren en kijken wat er ging gebeuren. En natuurlijk goed uitkijken voor de gevaarlijke stoffen!
Ik vond het een leuke les, want er gebeurde allemaal dingen en ook veel dingen die je niet verwachtte.
14/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Stoffen · Tagged 1, 10, 11, 12, 2, 2a4, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, aluminiumfolie, aluminiumfoliepropjes, ammoniak, amsterdam, azijn, bananenpoeder, bernard, bijlmer, glycerine, houtskool, iris, koper, kurk, leraar, lood, messing, nask, natuurkunde, nederland, ns, ocent, olie, osb, poedersuiker, scheikunde, school, smit, soda, spiritus, steentjes, Stoffen, suiker, zwavel
We kregen van onze docent 12 verschillende potjes en we moesten zien uit te vinden wat wat was. Er zat van alles in van vaste stoffen tot en met vloeistoffen. We moesten dit proberen uit te vinden door te kijken, ruiken en/of voelen.
Hier volgt dan een tabel met de nummer van de potjes en wat we zagen/roken/voelden..
| Potje nr. |
Eigenschappen. |
Wat we denken. |
Echte naam. |
| 1. |
Vloeibaar, dik, gel-achtig, glibberig, doorzichtig, olie geur. |
Olie |
Glycerine |
| 2. |
Vaste stof, wit, geen geur, korreltjes. |
Suiker |
Suiker |
| 3. |
Vaste stof, Zwart, steentjes-achtig, verbrandde geur. |
Houtskool |
Houtskool |
| 4. |
Vaste stof, Geel, dun, poeder-achtig. |
Bananenpoeder |
Zwavel |
| 5. |
Vloeibaar, blauw, sterke geur. |
Spiritus |
Spiritus |
| 6. |
Vaste stof, wit, poeder-achtig. |
Poedersuiker |
Soda |
| 7. |
Vaste stof, steentjes, grijs |
Steentjes |
Lood |
| 8. |
Vaste stof, steentjesachtig grijs |
Aluminiumfoliepropjes |
Aluminiumfoliepropjes |
| 9. |
Vloeibaar, geel. |
Azijn |
Azijn |
| 10. |
Vloeibaar, doorzichte, hele sterke geur! |
? |
Ammoniak |
| 11. |
Vaste stof, steentjes achtig, bruin, kurkgeur. |
Kurk |
Kurk |
| 12. |
Vaste stof, plaatjes, grijs. |
Koper |
Messing |
Je ziet dat we het met de algemene dingen als suiker, houtskool, spiritus, aluminiumfoliepropjes, azijn en kurk goed hadden. Maar met de dingen die je niet vaak gebruikt hadden we het eigenlijk allemaal mis. Of niet precies de juiste benaming.
Ik vind het wel leuk om te doen, want je moet al je zintuigen gebruiken om iets te kunnen benoemen. Alleen moet je met ruiken heel erg opletten op hoe je het ruikt!
Want bij potje nr 10 snoof ik het helemaal op en de 3 dagen daarna had ik er nog keel/neuspijn van omdat het helemaal verschroeid was.


Dus kijk uit met hoe je ruikt!
Iris.
14/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 2a4, amsterdam, bernard, bijlmer, blauw, blauwe, buis, calcium, doorzichtig, gas, geleiding, glazen, iris, magnaat, nask, natuurkunde, nederland, niet, ns, opstelling, osb, proef, proefjes, roze, ruisend, scheikunde, school, smit, stroming, teclubrander, vierkant, vlam, vloeistof, warmte, water
Vandaag doen we een proef die gaat over warmte stroming..
We nemen hiervoor de volgende opstelling;

Het doorzichtige vierkant wat je ziet is eigenlijk een glazenbuis met water. In deze buis gaan we het stofje Kaliumpermanganaat doen. Dat is een rozige vloeistof. We doen het Kaliumpermanganaat bovenin de glazenbuis. En dan zetten we er ook nog een teclubrander onder met een blauwe niet ruisende vlam in het midden.
Het kaliumpermanganaat doen we eigenlijk alleen in het water om de stroming goed te kunnen zien. Want met alleen water zie je dat niet goed. Het kaliumpermanganaat heeft dus eigenlijk geen functie behalve het goed zichtbaar maken van de stroming..
We zetten de teclubrander onder aan de vierkante buis. Je ziet vrijwel meteen al dat het kaliumpermanganaat naar boven begint te stromen. Dat komt omdat warm water omhoog wilt. Het water wordt op die plek dan verwarmt en daarom stroomt het naar boven, en het warme water wordt eigenlijk naar beneden gedrukt. Er zit nu dus warm water boven in en koud water onderin.

Als je de teclubrander aan de andere kant neerzet stroomt daar het warme water ook naar boven en komt het koude water onderaan te liggen. Maar na een tijdje is dat water natuurlijk ook weer warm en stroomt dat ook weer naar boven. Zo blijft er stroming in de buis.
Waarom warm water naar boven wil heeft met natuurkundige wetten te maken. Maar je kan het vergelijken met bijvoorbeeld olie dat op water blijft drijven.
Bij een radiator gebeurt eigenlijk precies het zelfde alleen dan met lucht (een gas) en water (een vloeistof). Doordat het water in de radiator wordt verwarmt, verwarmt de lucht boven de radiator ook. Die wil omhoog zoals elke warme vloeistof en gas. De koude lucht wordt dus naar beneden gedrukt en die wordt weer verwarmt door de radiator.
Maar hoe wordt dan de hele ruimte verwarmt?
Nou de lucht kan gaan stromen door bijvoorbeeld beweging in de ruimte. Door bijvoorbeeld rond te lopen gaat de lucht stromen en wordt de hele ruimte verwarmt.
Wat we geleerd hebben..
is dat gassen en vloeistof kunnen stromen door de warmte. En de warmste gas of vloeistof wil altijd naar boven en drukt de koudste naar beneden.
Bij vaste stoffen kan dit niet gebeuren want die kunnen niet drijven.
Iris.
13/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 2a4, alemminum, aluminiumfolie, amsterdam, bernard, bijlmer, blauw, geel, geleiding, hand, iris, lucht, maikel, nask, natuurkunde, nederland, ns, osb, proefpersoon, scheikunde, schotels, smit, snelheid, spiegels, straling, warm, warmte
07/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 2a4, aleminum, alemminum, amsterdam, bernard, bijlmer, brand, geleiding, ijzer, iris, klas, klasgenoot, koper, leerling, leraar, lucifer, metaal, minuten, nask, natuurkunde, nederland, ns, osb, rook, ruisen, ruisend, ruizen, scheikunde, school, smit, staaf, staven, teclu, teclubrander, vik, vlam, vlauw
We gaan vandaag twee proefjes uitvoeren om te kijken hoe geleiding nou eigenlijk werkt. Want inmiddels hebben we geleerd dat metaal geleid, maar wat geleid er als je een hele staaf hebt? En is er verschil tussen soorten metalen? Zo ja welke is dan de beste..
Nou dat hoop ik vandaag allemaal te leren..
Proefje 1.
We kregen 3 verschillende staven waarvan we niet wisten wat voor materiaal het was. Samen met mijn klasgenoot hielden we ze in het vuur. De vlam was blauw ruisend en kwam (zoals gewoonlijk) uit een teclubrander.
De staven zagen er verschillend uit, de ene was heel erg roestig, de andere wat minder en de laatste helemaal glimmend.
De glimmende was na een minuut al erg warm en moest ik neer leggen. De roestige was na 2 minuten al heel erg warm en de hele roestige was na 4 minuten pas heel erg warm. Hoe meer roest er op leekt te zitten hoe langzamer hij warm werd..
Later kregen we te horen dat de meest roestige staaf van koper was, die daar tussen in van ijzer en de minst roestige van aluminium.
We weten nu dus dat koper het beste geleid en aluminium het minste. Er zit dus wel degelijk een verschil in.

Proefje 2.
We maakte een nieuwe opstelling die je op het plaatje kan zien. In die staaf zitten 5 lucifers. En daaronder staat weer de teclubrander met een blauw ruisende vlam.

Na 3 minuten begint de eerste lucifer te roken en vliegt in brand. Dan beginnen ook lucifer 2,3 en 4 te roken. Na 4 minuten vliegt ook lucifer 2 in de brand. Maar na 10 minuten vliegen lucifer 3,4 en 5 niet in de brand. En hoelang we ook wachten ze vliegen maar niet in de brand.

We zijn er dus achtergekomen dat als je een hele lange staaf hebt het niet automatisch betekent dat hij helemaal wordt verwarmt. De warmte geleid niet helemaal tot het einde, omdat gewoon te ver is. Er is dus te weinig warmte voor die staaf. Als we hem helemaal zouden willen verwarmen moeten we een veel grotere vlam hebben, en dan als nog is het niet zeker dat de hele staaf wordt verwarmt.
We zijn er dus achter gekomen dat er verschil is tussen verschillende metalen in geleiding. En ook dat niet de hele staaf wordt verwarmt als er te weinig warmte is.
Iris.
04/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 2a4, aarde, amsterdam, bernard, bijlmer, denken, gevoelstemperatuur, iris, leerling, nask, natuurkunde, nbijlmer, nederland, ns, piepschuim, potjes, psb, scheikunde, school, smit, steentje, suiker, thermometer, verschil, voelen, warmte, water, zaagsel, zand, zuidoost
De volgen de potjes kregen we van onze docent..

We mochten zelf uitzoeken wat we ermee deden maar uiteindelijk moesten we ze op warmte selecteren. Dat vonden we eerst een beetje raar, want we kregen geen thermometer erbij. We gingen de potjes eerst selecteren op wat we dachten dat het zou zijn. Dus bijv. piepschuim en de suiker als warmste en aarde als koudste. Maar we wisten natuurlijk niet of dit goed was want we probeerde maar uit wat we dachten..
Daarbij hadden we de volgende opstelling gemaakt;
piepschuim / zaagsel / suiker / zand en steentjes / water / aarde en water.
Toen gingen we eraan voelen, we maakte alle potjes open en gingen eraan voelen. Heel veel verschil merkte ik eerlijk gezegd niet maar een verschil tussen de aarde en het piepschuim voelde ik wel.. Hier maakte we weer een nieuwe opstelling mee. Eigenlijk hebben we alleen het water om gewisseld met de vorige opstelling want dat voelde veel kouder aan dan de aarde met water.
Deze opstelling is er dus uitgekomen;
piepschuim / zaagsel / suiker / zand en steentjes / aarde en water / water.
Daarna mochten we gaan testen me de thermometer of onze volgorde klopte. De temperaturen klopten helemaal niet met wat we dachten te voelen! Alles was namelijk gewoon kamertemperatuur, namelijk 20 graden.. Alleen het piepschuim was 21 graden.

We zaten er dus totaal naast! Maar waarom voelde we dan wel verschil tussen de verschillende potjes?
Dat komt omdat het ene materiaal veel sneller opwarmt dan het andere. Als voorbeeld kunnen we zaagsel en water nemen. Als je zaagsel in de zon zet wordt het binnen een paar tellen erg warm, maar bij water duurt dat een tijdje.
Alle potjes zijn dus de kamertemperatuur van 20 graden maar ons lichaam is 37 graden. Als we onze vinger in het potje steken nemen we onze lichaamstemperatuur mee naar dat potje. En als het materiaal dat in dat potje zit snel opwarmt voelt het veel warmer aan. Vandaar dus dat het zaagsel veel warmer aanvoelt dan het water.
Maar wat is dan het verschil tussen warmte en temperatuur?
Nou temperatuur is een eigenschap van die plek op dat moment. Bijvoorbeeld hoe warm het nu in de kamer is waar u nu zit.
Maar warmte kan zich verplaatsen. Als u nu naar de keuken loopt dan neemt u de warmte mee van uw lichaam en verplaatst dat mee naar de keuken. Daar is het misschien veel kouder en daardoor zou uw warmte kunnen verdwijnen. Maar de temperatuur in ons lichaam blijft hetzelfde. Omdat dat iets vasts is.
Iris.
02/06/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 100, 200, 2a4, amsterdam, bekerglas, bernard, bijlmer, conclusie, gaasje, gaskraan, gasslang, graden, grondplaat, iris, leerling, leraar, ml, nask, natuurkunde, nederland, ns, osb, proefje, scheikunde, school, smit, statiefvoet, teclu brander, thee, thermometer, tijd, vloeistof, warmte, water
We gaan twee proefjes uitvoeren om te kunnen kijken hoe warm de vloeistof wordt.
We gebruiken hierbij de volgende voorwerpen;

-Bekerglas
-Gaasje
-Statiefvoet
-Teclu brander
-Thermometer
-Gasslang
-Grondplaat
We maken hier een opstelling van, we leggen de grondplaat onderaan zodat we de tafel niet door de hitte kunnen beschadigen. Daarop zetten we de teclubrander met daaraan vast de gasslang die aan de gaskraan vastzit. Op de grondplaat komt ook nog een statiefvoet te staan waarop we weer een gaasje leggen. Op dat gaasje komt het bekerglas met daarin water en de thermometer te staan.
Bij het eerste proefje vullen we het bekerglas Tm 100 ml met water. We draaien de teclubrander op een blauwe net niet ruisende vlam. We moeten kijken na hoeveel minuten de thermometer op zijn hoogste staat, namelijk bij 100 graden.
Hier onder volgt een tabel op de natuur/scheikunde manier (voor meer informatie over tabellen bekijk mijn blog hiervoor).
Tijd Graden
__________________
0 20
1 30
2 47
3 63
4 76
5 86
6 94
7 96
8 96
9 96
10 97
11 98
Na 6 minuten was het water al rond de 90 graden en na 11 minuten al op zijn hoogte punt.
Bij het tweede proefje doen we precies het zelfde als bij het eerste proefje alleen doen we nu in plaats van 100 ml water 200 ml water. Nu kunnen we het verschil zien.
Tijd Graden
__________________
0 20
1 24
2 30
3 35
4 40
5 46
6 51
7 56
8 61
9 64
10 66
11 69
12 70
13 73
14 77
15 78
16 80
17 85
18 89
19 91
20 95
21 98
Je ziet dus dat het wat pas na 19 minuten boven de 90 graden uit komt en na 21 minuten pas zijn hoogte punt bereikt heeft. Een lamme arm heb ik er in ieder geval aan overgehouden want de thermometer mocht de bodem niet raken ivm knapping van de thermometer.
De conclusie die je hier uit kunt trekken is dus dat het water veel langzamer opwarmt als er meer ml in zit. Een klein kopje water kan je dus sneller verwarmen dan een hele pot.
Als het goed is kunnen we dit ook in het dagelijks leven terug zien, door bijvoorbeeld een kopje of een pot thee.

Iris.
31/05/2009 · Ingedeeld onder Natuur/Scheikunde., Warmte · Tagged 2a4, amsterdam, bernard, bijlmer, blog, breed, dun, horizontaal, iris, kopjes, kort, lang, leerling, leraar, nask, natuurkunde, nederland, ns, osb, scheikunde, school, smal, smit, tabel, verschillen, verticaal, wiskunde
Je weet (hopelijk) wel wat een tabel is. Maar er zijn verschillende tabellen. De één is verticaal, de andere horizontaal, de ene is heel lang, de andere heel kort, de een heel breed, de andere heel smal, de een met kopjes, de andere zonder kopjes en ga zo maar door..
Welke tabel je nou eigenlijk voor wat moet gebruiken is een beetje onduidelijk. Hopelijk snap je het na het lezen van deze blog veel beter..
Je hebt ten eerste de meest gebruikte tabel.. die van wiskunde;

Die is dus horizontaal. Ze doen hem horizontaal omdat je meestal niet van die lange tabellen hebt bij wiskunde. Maar bij Natuur/Scheikunde heb je wel lange tabellen en daar hebben ze iets op bedacht..

Zo ziet de tabel bij Natuur/Scheikunde er dus uit.
Iris.